Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft onlangs een bestuurder van een BV in privé aansprakelijk gesteld omdat hij namens zijn BV een pand had gekocht. Terwijl hij wist dat er geen geld was om de koopsom te betalen. Ook was er geen reëel uitzicht op een toereikende geldlening.

De ondernemer ging ervan uit dat de bank hem wel tegemoet zou komen. Maar dat bleek valse hoop. Hieronder een korte schets van wat er is gebeurd.

Op zich begint het nog goed voor de bestuurder. Hij sluit namens de BV een koopovereenkomst met de verkoper van het pand voor een koopsom van € 14,3 miljoen. Hij bedingt daarbij de mogelijkheid om namens de BV de koopovereenkomst te ontbinden als de financiering niet rond komt.

Dan verzoekt de bestuurder aan de bank om de koopsom te financieren. De bank bericht dat zij de aankoop slechts gedeeltelijk wil financieren met een lening van € 7,2 miljoen. Uit een door de bank opgedragen taxatie bleek namelijk dat het pand in volledig verhuurde staat ‘slechts’ € 12,5 miljoen waard was. Toen heeft de bestuurder van de BV de onderhandelingen met de verkoper heropend. In deze nieuwe onderhandelingen bleek de verkoper bereid tot een verlaging van de koopsom naar € 13,9 miljoen als de koper (de BV) het financieringsvoorbehoud zou laten vallen. De bestuurder gaat akkoord en tekent namens de BV de tweede koopovereenkomst zonder het financieringsvoorbehoud. Dit terwijl op dat moment nog geen enkel zicht was op een toereikende financiering.

De gevolgen laten zich raden. De BV kan de financiering niet rondkrijgen, waardoor zij haar verplichtingen tegenover de verkoper niet kan nakomen. De verkoper laat het daarbij niet zitten en spreekt niet alleen de BV aan, maar ook de bestuurder in privé.

De bestuurder stelt in de daarop volgende procedure dat hem geen ernstig verwijt kan worden gemaakt. Het enkele feit dat de financiering nog niet rond was betekent niet, aldus de bestuurder, dat het genomen risico te groot was om van een onverantwoord risico te spreken. Daarbij stelt de bestuurder dat er ten tijde van het ondertekenen van de tweede koopovereenkomst nog een voldoende en reëel perspectief was dat de financiering rond zou komen.

Maar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden oordeelt in haar arrest van 3 mei 2016 anders. De bestuurder is volledig aansprakelijk voor de door de verkoper geleden schade. Uit de feiten blijkt namelijk, aldus het hof, dat er nog geen enkel zicht was op een toereikende financiering ten tijde van het aangaan van de tweede koopovereenkomst. Verder blijkt dat de bestuurder zich ook daadwerkelijk bewust was van het feit dat er nog geen enkel zicht was op het verkrijgen van de benodigde financiering. Onder deze omstandigheden heeft de bestuurder ernstig verwijtbaar gehandeld en is de bestuurder persoonlijk aansprakelijk omdat hij bij het namens de BV aangaan van de koopovereenkomst wist of redelijkerwijze behoorde te begrijpen dat de vennootschap haar verplichtingen niet zou kunnen nakomen en tevens geen verhaal zou bieden.

Uit dit arrest blijkt opnieuw dat een bestuurder bij het aangaan van verplichtingen namens de vennootschap altijd moet onderzoeken of de vennootschap die verplichtingen wel kan nakomen. Het varen op een verwachting dat het wel goed zal komen, kan hem of haar zeer duur komen te staan.

Bron: Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 3 mei 2016 (ECLI:NL:GHARL:2016:3528)

Heeft u nog vragen, twijfel dan niet en neem contact op.